Gaswinnen

Procedure

Wil de vergunninghouder van een opsporingsvergunning overgaan tot winning dan zal hij een winningsvergunning aan moeten vragen,  die de minister op grond van de Mijnbouwwet verleent. Op de voorbereiding van de vergunning is de reguliere voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Eventuele inspraakmogelijkheden bij deze procedure worden besproken onder het kopje 'Inspraak'. Onder het kopje 'milieu' zullen de omgevingsvergunning, de m.e.r. en de Barmm-melding besproken worden.

Winningsvergunning op land
Als uit een proefboring blijkt dat een veld economisch winbaar is, dan heeft de vergunninghouder een winningsvergunning nodig om het gas te kunnen winnen. Een winningsvergunning legt vast welke partijen in een gebied exclusief winningsactiviteiten mogen uitvoeren. De winningsvergunning is gericht op marktordening en staat los van de toestemming om op een specifieke locatie een productieboring te doen, een installatie voor de winning op te richten en in werking te hebben of te starten met winnen. Hiervoor is een omgevingsvergunning, een goedgekeurd werkplan winning en winningsplan nodig.

Stap 1 - Aanvraag

Een mijnbouwmaatschappij vraagt een winningsvergunning aan bij het bevoegd gezag; de minister. De aanvraag bevat onder meer de resultaten van een volumetrische analyse, structuurkaarten en een meerjarenprogramma.

Stap 2 - Publicatie

Mijnbouwmaatschappijen die aardgas hebben gevonden en beschikken over een opsporingsvergunning voor het betreffende gebied, krijgen – wanneer zij aan de vereisten voldoen – met voorrang een winningsvergunning. De aanvraag wordt in zo’n geval niet gepubliceerd.

Vragen partijen zonder opsporingsvergunning een winningsvergunning aan, dan publiceert de minister een kennisgeving van de aanvraag in PbEU en Staatscourant. Zo’n ‘spontane winningsvergunningaanvraag’ kan worden ingediend:
(1) door partijen die een veld willen ontwikkelen dat eerder is aangetoond, maar toen als niet economisch winbaar bestempeld werd, of
(2) als een door vergunninghouder aangetoond veld overloopt in vergunningsvrij gebied.
In de publicatie nodigt de minister andere partijen uit om binnen 13 weken een concurrerende aanvraag in te dienen. 

Stap 3 - Advisering

Over de aanvraag of over de te nemen beschikking wint de minister advies in bij (1) TNO adviesgroep EZ, (2) SodM, (3) Gedeputeerde Staten, (4) EBN en (5) de Mijnraad. In het voorstel voor wijziging van de Mijnbouwwet betrekken Gedeputeerde Staten van de provincie de colleges van burgemeester en wethouders en het dagelijks bestuur van de waterschappen van het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft.

Stap 4 - Vergunningverlening

Mede op basis van de ingewonnen adviezen beslist de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag over de vergunningverlening. Hij kan deze termijn eenmalig met zes maanden verlengen.

De minister toetst de aanvraag aan de in de Mijnbouwwet opgenomen gronden voor de vergunningverlening. De minister kan een vergunning alleen weigeren op basis van de weigeringsgronden uit de Mijnbouwwet. De minister kan de vergunning wel onder beperkingen verlenen of voorschriften aan de vergunning verbinden.

In het besluit vermeldt hij of de vergunning al dan niet wordt verleend en waarom dat zo is. Als de vergunning onder beperkingen wordt verleend of aan de vergunning voorschriften worden verbonden, wordt dat ook in het besluit vermeld. In de verleende vergunning benoemt de minister de betrokken mijnbouwmaatschappijen tot vergunninghouder en legt hij het betreffende gebied vast. In de vergunning staat welke vergunninghouder de ‘operator’ is. Dit is de partij die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de activiteiten.

Bij het verlenen van de winningsvergunning schrijft de minister staatsdeelname door een overeenkomst van samenwerking (OvS), voor. Deze deelname betreft 40%; voor oudere vergunningen kan dat 50% zijn.

Van de beschikking tot verlening van de vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

 

Werkplan winning

Binnen vier weken na verlening van de winningsvergunning dient de operator een werkplan in bij de inspecteur-generaal der mijnen (SodM). Dit werkplan is een jaarlijks voortschrijdend vijfjarenplan en bevat voor een vergunningsgebied in ieder geval:

  • een overzicht van de voornaamste mijnbouwactiviteiten in de komende vijf jaren;
  • een uitgebreid overzicht van de mijnbouwactiviteiten in het eerstkomende jaar, zoals verkenningsonderzoek, boringen, eventuele constructiewerkzaamheden, ‘health & safety plan’;
  • een actueel organisatieschema incl. verantwoordelijke personen;
  • kaarten van de structuur van de ondergrond;
  • een tijdschema van de verwachte activiteiten.
Overeenkomsten sluiten

Naast het publiekrechtelijke administratieve proces loopt er ook een privaatrechtelijk administratief proces. Op basis van de winningsvergunning sluit de vergunninghouder immers diverse overeenkomsten, waaronder:

  • Een overeenkomst van samenwerking met EBN (OvS Winning) waardoor EBN voor 40% deelneemt in de gaswinning. Deze OvS Winning komt tot stand binnen een jaar na de aanvraag van een winningsvergunning en behoeft de goedkeuring van de minister;
  • Een overeenkomst tussen de mede-vergunninghouders; een Joint Operating Agreement (JOA) waar ze onderlinge verhoudingen vastleggen;
  • Een transportovereenkomst tussen de operator en de landelijk transportnetbeheerder Gasunie Transport Services voor de invoering van het gas in de landelijke gastransportnet;
  • Een overeenkomst tussen de vergunninghouder en een partij die het gas inkoopt; een Natural Gas Sales Agreement (NGSA).
Winningsplan

Het winnen van de delfstoffen uit een gasveld verloopt volgens een winningsplan dat de operator heeft ingediend bij de minister. Dit plan bestaat uit vijf onderdelen:

  • De gegevens van de indiener van het winningsplan;
  • Een beknopte versie van het Field Development Plan (veldontwikkelingsplan). Dit plan beschrijft de winningsstrategie, de ondergrondse geologie van de laag waaruit gewonnen wordt, de aanwezige of te bouwen infrastructuur, de stoffen die worden geproduceerd en de plannen om de winning in de toekomst te optimaliseren;
  • Een beschrijving van de risico’s van de winning voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan met een risicobeoordeling. Een risicobeoordeling (een objectieve beoordeling, die bestaat uit een inventarisatie en karakterisatie van gevaren, een schatting van blootstelling, en een analyse  waarin de risico’s voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan worden beschreven;
  • Informatie over de bodembeweging (bodemdaling en bodemtrilling/seismiciteit) ten gevolge van de winning. Ook beschrijft dit onderdeel de schade als gevolg van bodembeweging (bodemdaling en bodemtrilling/seismiciteit), en maatregelen om de schade te beperken en wanneer mogelijk, te voorkomen;
  • Een document met bedrijfsgevoelige, vertrouwelijke informatie, zoals de hoeveelheid winbaar gas en de productiekosten. Dit onderdeel is niet openbaar.

Bij een besluit tot instemming met (of niet) van een winningsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (zie Inspraak Winningsplan). De minister toetst het winningsplan aan de gronden die zijn opgenomen in de Mijnbouwwet. Hij wint hiervoor advies in over het winningsplan bij SodM en de Technische commissie bodembeweging. Provincies, gemeenten en waterschappen hebben een adviesrecht bij het winningsplan. Ook zal de minister de Mijnraad om advies vragen. De minister kan de instemming ook onder beperkingen verlenen of daaraan voorschriften verbinden.

Sinds 1 januari 2017 geldt voor de instemming met een wijziging van het winningsplan eveneens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure en geldt er eveneens een adviesrecht voor provincies, gemeenten en waterschappen bij een wijziging van een winningsplan.

Omgevingsvergunning en Milieueffectrapportage
Op het moment dat de houder van een winningsvergunning wil overgaan tot winnen is een omgevingsvergunning (of een mijnbouwmilieuvergunning) nodig en vaak moet ook een milieueffectrapport worden opgesteld. Bij een omgevingsvergunning wordt gekeken naar bijvoorbeeld bouwvereisten, effecten voor het milieu en de ruimtelijke inpassing van de winningsactiviteiten. Onder het kopje 'Omgeving’ wordt nader ingegaan op het krijgen van een omgevingsvergunning.

 

Wijzigingen tijdens de winning

Wijzigingen tijdens de winning

De winningsfase duurt 5 tot 30 jaar. In deze periode kan er veel veranderen op het gebied van techniek, gasprijzen, betrokken partijen en wet- en regelgeving. Als gevolg hiervan kan de vergunning of het winningsplan wijzigen.
 

Wijzigen van het winningsplan

Gaswinning vindt plaats volgens een door de minister goedgekeurd winningsplan van de operator. Het winningsplan is een momentopname, opgesteld op basis van de op dat moment beschikbare kennis en technologie. Nieuwe technologieën, nieuwe inzichten in de winningsaanpak, de ondergrond of de invloed van de winning op de omgeving, kunnen de visie van een operator op de methode van gaswinning veranderen. In zo’n geval dient hij een wijziging van het winningsplan in bij de minister.
 
Daarnaast kan de minister zelfstandig zijn instemming met een winningsplan intrekken, beperkingen of voorschriften stellen, of wijzigen naar aanleiding van veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten.
Ook bij een wijziging van het winningsplan is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van toepassing (tenzij de wijziging niet leidt tot een andere beoordeling van effecten van de wijze van winning of de effecten van de verwachte bodembeweging of het risico voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken). SodM en de betreffende provincie, gemeente en waterschap hebben bij een wijziging van een winningsplan een algemene adviesrecht. Ook de Mijnraad en de Technische commissie bodembeweging(Tcbb) zullen om advies worden gevraagd. 
Tegen het besluit van de minister omtrent instemming staat rechtstreeks beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Wordt er geen beroep ingesteld dan is het besluit tot wijziging van de instemming na zes weken onherroepelijk. 
 

Wijzigen of intrekken van de winningsvergunning

Voorheen konden winningsvergunningen alleen op verzoek van de vergunninghouder worden gewijzigd. Tegenwoordig heeft de minister ook de bevoegdheid om zelfstandig vergunningen in te trekken of te wijzigen. De minister kan dit alleen doen op basis van gronden die in de Mijnbouwwet zijn opgesomd.
 

Vergunning wijzigen

De minister kan bijvoorbeeld een winningsvergunning wijzigen in het geval in een Algemene Maatregel van bestuur op grond van de Mijnbouwwet is bepaald dat een mijnbouwactiviteit alleen op een bepaalde diepte mag plaatsvinden vanwege andere activiteiten of voorkomens in de ondergrond. Hij kan het vergunde gebied aanpassen of hij kan nieuwe voorschriften verbinden of beperkingen stellen aan de vergunning. Wijziging van een vergunning kan ook aan de orde zijn als omstandigheden of inzichten zijn gewijzigd, zoals bij het gebruik van bepaalde technieken of wanneer er verplaatsingen in de bodem hebben plaatsgevonden of inzake de veiligheid van omwonenden of inzake het planmatige gebruik of beheer.
 
De wijziging betreft nooit het uitvoeren van andere activiteiten, bijvoorbeeld winnen in plaats van opsporen of een groter gebied. Daartoe moeten de betrokken partijen een nieuwe aanvraag indienen bij de minister. Verlenging van een vergunningstermijn is alleen mogelijk als de vastgestelde termijn voor de vergunning onvoldoende blijkt om de activiteiten te voltooien. Wel kan het gebied waarvoor de vergunning geldt, worden verkleind. 
Van de beschikking tot wijziging van de vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
 

Vergunning overdragen

Vergunninghouders die uit de vergunning willen stappen, kunnen deze overdragen aan een andere partij. Gedeeltelijk overgedragen is mogelijk wanneer er meerdere velden in een gebied blijken te liggen en de velden niet tegelijkertijd of door dezelfde samenwerkingscombinatie worden ontwikkeld. Overdracht van een vergunning kan alleen met schriftelijke toestemming van de minister.  Van overdracht van vergunningen wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
 

Vergunning intrekken

De minister kan een vergunning intrekken als:
  • de gegevens in de aanvraag onjuist of onvolledig blijken en de minister een andere beslissing had genomen als deze gegevens wel juist en/of volledig waren geweest (bijvoorbeeld het veld blijkt niet economisch winbaar);
  • de vergunning niet langer nodig is (bijvoorbeeld wanneer het veld is leeg-geproduceerd);
  • een wijziging in de technische of financiële mogelijkheden van de houder dit rechtvaardigt (bijvoorbeeld bij een dreigend faillissement);
  • niet overeenkomstig de vergunning wordt gehandeld (bijvoorbeeld wanneer er wordt ‘gewonnen’ in plaats van opgespoord, er wordt gewonnen buiten het gebied );
  • in een algemene maatregel van bestuur is bepaald dat de opsporing of winning van een delfstof of aardwarmte door een installatie in een bepaald gebied niet is toegestaan;
  • in een Algemene Maatregel van Bestuur regels zijn opgenomen het uitsluiten van gebieden, de diepte waarop een activiteit plaatsvindt, een soort activiteit of een soort delfstof; 
  • als er veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zijn inzake de manier waarop de aanvrager de activiteiten voor opsporing of winning verricht of voornemens is te verrichten, waaronder de bij die activiteiten te gebruiken technieken, hulpmiddelen of stoffen, inzake de veiligheid van omwonenden en het voorkomen van schade aan gebouwen en infrastructurele werken of inzake het planmatige gebruik en beheer;
  • de operator de regels niet naleeft.
Na een schriftelijke verklaring kan een vergunninghouder afstand doen van een winningsvergunning of verzoeken om de afgegeven winningsvergunning weer in te trekken, bijvoorbeeld wanneer de vergunninghouder geen winningsactiviteiten denkt te gaan verrichten. Is het winnen reeds gestart, dan is het volgens de Overeenkomst van Samenwerking (OvS) met EBN niet zomaar mogelijk een winningsvergunning terug te geven. In zo’n geval draagt een vergunninghouder zijn belang in de vergunning  over aan een andere partij.
 
Van de intrekking van de vergunning of het vervallen van een vergunning wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. 

Vergunning splitsen

Een vergunninghouder kan de minister vragen de afgegeven winningsvergunning te splitsen. Splitsen van een vergunning kan horizontaal, bijvoorbeeld op basis van diepte of gesteente-ouderdom, of verticaal, bijvoorbeeld in een oostelijk en westelijk deel. De termijn van de vergunning verandert niet door te splitsen.
Volgens de Overeenkomst van Samenwerking met EBN moet de vergunninghouder ook aan EBN schriftelijk toestemming vragen voor de splitsing van een vergunning. EBN zal daarvoor toestemming verlenen als de vergunninghouder kan aantonen dat de partijen die de gesplitste vergunningen verkrijgen over voldoende financiële en technische capaciteiten beschikken. Vervolgens sluit EBN voor beide gebieden een nieuwe Overeenkomst van Samenwerking (OvS).
 

Vergunning samenvoegen

Door een gezamenlijke aanvraag kunnen vergunninghouders twee of meer vergunningsgebieden samenvoegen.  Dit gebeurt vaak omdat het voor de vergunninghouders financieel aantrekkelijk is meerdere gebieden tegelijk te ontwikkelen. Samenvoegen kan uitsluitend met vergunningen voor dezelfde activiteiten. Zo kan een winningsvergunning niet worden samengevoegd met een opslag-, opsporings-, of aardwarmtevergunning. De termijn van de samengevoegde vergunning komt overeen met die van de kortst lopende oorspronkelijke vergunning.
 

geschiedenis