Gaswinnen

Omgeving

Nadat de winningsvergunning is afgegeven kan de operator nog niet overgaan tot winnen. Hij heeft een instemming op zijn winningsplan en een omgevingsvergunning nodig voor de winningsinstallatie. Bij de omgevingsvergunning wordt gekeken naar de effecten op het gebied van milieu, ruimtelijke ordening en de omgeving. De omgevingsvergunning wordt onder andere verleend voor het oprichten en in werking hebben van de bovengrondse installatie voor de winning. Bij het winnen wordt naast een permanente installatie voor het wijzigen of uitbreiden van een boorgat ook gebruik gemaakt van mobiele installaties. Alle activiteiten met mobiele installaties vallen onder de omgevingsvergunning voor het voor winning of opslag bestemde mijnbouwwerk. Daarnaast wordt de omgevingsvergunning verleend voor het onder andere het bouwen van bouwwerken en het afwijken van het bestemmingsplan. De inspraakmogelijkheden voor belanghebbenden worden besproken onder het kopje 'Inspraak'.

Omgevingsvergunning

Nadat de winningsvergunning is afgegeven, moet de operator een omgevingsvergunning van de minister krijgen om de winningslocatie op te richten. Voor het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Awb).

Aangezien er op grond van de Wabo per project maar één bestuursorgaan bevoegd gezag is, verleent de minister niet alleen vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting om gas te winnen, maar ook met het aanleggen van wegen, kappen van bomen, bouwen van een bouwwerk en afwijken van het bestemmingsplan. De betrokken gemeente(n) en de provincie hebben hierbij een algemeen adviesrecht. Als de minister wil afwijken van het bestemmingsplan, dan is daarvoor een Vvgb van de gemeenteraad en in sommige gevallen van provinciale staten vereist.


Voor zover van toepassing wordt naast de omgevingsvergunning eveneens besloten over bijvoorbeeld:

  • een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet
  • een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998
M.e.r.-procedure
Gaswinning is een m.e.r.-plichtige activiteit. Dit betekent dat de operator bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor gaswinning een MER moet indienen.
Bij een m.e.r.-procedure* wordt het milieubelang meegewogen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten over activiteiten die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben.
 
Wanneer bij een omgevingsvergunning significante effecten op het milieu niet uitgesloten kunnen worden, wordt het project aangeduid als ‘complex’. In zo’n geval moet automatisch de uitgebreide m.e.r.-procedure worden gevolgd. In andere gevallen kan het bestuursorgaan (of, bij een vrijwillig MER, de operator) dit zelf beslissen.
 
* De afkorting ‘m.e.r.’ verwijst naar de procedure, ‘MER’ verwijst naar het rapport zelf.

 

geschiedenis