Gaswinnen

Inspraak

Een belanghebbende kan inspraak hebben bij het besluit tot verlening (of afwijzing) van de winningsvergunning. Daarnaast zijn er inspraakmomenten bij de omgevingsvergunning, de goedkeuring, wijziging en intrekking van het winningsplan en in de m.e.r.-procedure*. Op deze inspraakmogelijkheden wordt hieronder nader ingegaan.

*Een aangenomen amendement in de voorgestelde wijziging van de Mijnbouwwet beschrijft dat alle benodigde vergunningen in de fase van winning worden gecoördineerd met uitzondering van de winningsvergunning . Dit zal betekenen dat bijvoorbeeld de omgevingsvergunning (wabo), het winningsplan, de watervergunning en Natuurbeschermingsvergunning gelijktijdig behandeld worden. Hierdoor kan een integrale afweging worden gemaakt ten aanzien van veiligheid, natuur en milieu. Omwonenden en ondernemers kunnen zo in een keer alle eventuele gevolgen voor een project overzien en erop reageren.

 

Inspraak winningsvergunning

Op het verlenen van een winningsvergunning is de openbare voorbereidingsprocedure niet van toepassing. Dat betekent dat de minister geen voorgenomen besluit publiceert waar iedereen een zienswijze op kan indienen. Een derde-belanghebbende kan inspraak hebben bij het besluit van de minister over de aanvraag van een winningsvergunning door bezwaar in te dienen tegen het besluit (bij de minister) en eventueel daarna beroep bij de rechtbank.

Inspraak omgevingsvergunning

 

De uniforme voorbereidingsprocedure schrijft voor dat een ontwerp-besluit samen met het MER ter inzage worden gelegd, waarna een ieder zes weken de tijd heeft om hun zienswijze in te dienen. De minister moet binnen zes maanden na de aanvraag een besluit nemen over de omgevingsvergunning. In dit besluit staat op welke wijze rekening is gehouden met de ingebrachte zienswijzen en het MER.

Burgers, overheden of organisaties die een zienswijze hebben ingediend en het niet eens zijn met het besluit, kunnen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en een voorlopige voorziening vragen. Er is dus geen bezwaarfase. Bij geen beroep is het besluit onherroepelijk na zes weken.

Inspraak winningsplan

Een winningsplan kent een uitgebreide voorbereidingsprocedure. Bij een conceptbesluit voor een winningsplan hebben belanghebbenden zoals omwonenden de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen.

Ook bij een wijziging van het winningsplan of bij de intrekking van de instemming door de minister is  de uniforme voorbereidingsprocedure van toepassing. Ook in deze procedure kan een ieder dus een zienswijze indienen.

Burgers, overheden of organisaties die een zienswijze hebben ingediend en het niet eens zijn met het besluit, kunnen in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Er is dus geen bezwaarfase.

Inspraak m.e.r.-procedure

Afhankelijk van de toepasselijke procedure zijn er verschillende inspraakmogelijkheden.

De uitgebreide m.e.r.-procedure

Wanneer een operator het voornemen heeft om een besluit aan te vragen waarvoor een MER moet worden opgesteld, meldt hij dat voornemen bij de minister. De minister raadpleegt de adviseurs en de bestuursorganen die ingevolge het wettelijk voorschrift waarop het besluit berust bij de voorbereiding van het besluit worden betrokken, over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie die is gericht op wat relevant is voor het besluit en die op grond van artikel 7.23 in het milieueffectrapport moet worden opgenomen. De minister geeft kennis van het voornemen en geeft aan of burgers kunnen inspreken op dat voornemen. De minister geeft vervolgens een advies over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER. De vergunninghouder stelt vervolgens het MER op en dient het MER in bij de minister, samen met de aanvraag voor een omgevingsvergunning.

De beperkte procedure

De beperkte procedure geldt in het geval op een besluit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en een of meer artikelen van afdeling 13.2 van de Wet milieubeheer van toepassing zijn. Omdat de inspraak al is geregeld in deze artikelen of afdelingen hoeft de operator alleen schriftelijk aan de minister te melden dat hij voornemens is een aanvraag in te dienen waarvoor een MER moet worden opgesteld. Indien voor de activiteit tevens een besluit nodig is waarvoor op grond van artikel 19f, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 een passende beoordeling moet worden gemaakt, geldt de uitgebreide procedure.

De minister kan de operator adviseren over de reikwijdte en het detailniveau van de informatie ten behoeve van een milieueffectrapport. Ook zonder verzoek van de operator kan de minister er zelf voor kiezen ambtshalve advies uit te brengen. De minister raadpleegt adviseurs, andere bestuursorganen en natuurlijk de operator alvorens advies uit te brengen.

Op basis van dit advies stelt de operator de MER op. Dit dient hij samen met de aanvraag voor een omgevingsvergunning in bij het bevoegd gezag (de Minister).

 

 

geschiedenis