Gaswinnen

Techniek

Na het verkrijgen van de omgevingsvergunning kan de Operator de (boor)locatie aanleggen. De ligging van boorlocaties is afhankelijk van de ondergrondse locatie van de put. Vaak zijn er bij een boorlocaties geen bestaande toegangswegen en moet een nieuwe toegangsweg worden aangelegd.

Vervolgens wordt de locatie geschikt gemaakt. Die moet zo worden aangelegd dat bodemverontreiniging zoveel mogelijk wordt voorkomen. Voordat de locatie wordt aangelegd, vindt er een bodemonderzoek plaats, zodat duidelijk wordt wat de achtergrondwaarden van de bodem zijn voorafgaand aan de activiteiten. Gewoonlijk is een locatie zo’n 1,5 à 2 hectare groot. Het gebied wordt omheind en de bodem wordt voorzien van een vloeistofkerende laag, meestal asfalt. Met beton wordt een fundatie gemaakt om de boortoren op te plaatsen, en een putkelder waarin uiteindelijk de put wordt geboord. De boorinstallatie wordt er opgebouwd. Er komen generatoren voor de elektriciteitsvoorziening, en installaties voor het circuleren en hergebruiken van de boorvloeistof en voor de opslag van boorpijpen, putverbuizing en boorkoppen. Voor het personeel komen er kantoor- en verblijfsruimtes.

Na deze voorbereidingen start de Operator met een proefboring. Hiervoor wordt (zolang de boring duurt) een boortoren geïnstalleerd. Het doel van deze installatie is het aandrijven van de boorkop die zich een weg in de ondergrond boort tot het doelgesteente is bereikt. Om de boorkop naar beneden te verlengen wordt er in de boortoren steeds een extra segment aan de boorpijp geschroefd. Deze boring duurt gemiddeld twee maanden, afhankelijk van de diepte en het traject van de boorput. Tijdens de boring worden er metingen in het boorgat uitgevoerd en gesteentemonsters genomen (zogenoemde cuttings). Een succesvolle put wordt ongeveer twee dagen lang getest om te onderzoeken hoeveel gas er aanwezig is. Gas wordt dan afgefakkeld omdat er nog geen verbinding is met het gasnet. De mijnbouwmaatschappij kan gebruik maken van een omsloten fakkel die licht- en geluidsoverlast vermindert. Hierna maakt de vergunninghouder een inschatting van winbare hoeveelheden gas of olie. Hij berekent deze meestal uit de resultaten van de test, boorgatmetingen en gesteentemonsters. Als er nog onvoldoende zekerheid is over (de grootte van) het gasvoorkomen volgen hierna evaluatieboringen, oftewel appraisalboringen, om het gasvoorkomen nader te onderzoeken. Na verwijdering van de boorinstallatie blijven de putten over. De put wordt afgesloten door de putmondinstallatie, ook wel ‘christmas tree’ genoemd, om de stroomsnelheid van het gas te reguleren. Deze installaties zijn tussen de 2 en 3 meter hoog.

geschiedenis