Gaswinnen

Omgeving

Nadat de opsporingsvergunning is afgegeven kan de operator nog geen proefboring doen. Daarvoor heeft hij een (aparte) omgevingsvergunning nodig, waarin wordt gekeken naar de effecten op het gebied van milieu, ruimtelijke ordening en omgeving.

Omgevingsvergunning

Voor een proefboring (maar ook voor het wijzigen of uitbreiden van een boorgat) is op land altijd een omgevingsvergunning en eventueel een milieueffectrapport nodig. Voor het testen, onderhouden of buiten gebruik stellen van een boorgat is geen omgevingsvergunning nodig, maar moet de mijnbouwmaatschappij een melding doen (BARMM-melding).

Bij een omgevingsvergunning komt de locatie van een (proef)boring aan de orde en de voorwaarden waaronder de opsporing kan plaatsvinden op de beoogde locatie. De minister besluit op de aanvraag voor een omgevingsvergunning op basis van de uniforme voorbereidingsprocedure. Bij de omgevingsvergunning hebben de betreffende provincie en de gemeente(n) een algemeen adviesrecht. Als de minister wil afwijken van het bestemmingsplan of een inpassingsplan is een Vvgb van het college van burgemeester en wethouders respectievelijk gedeputeerde staten vereist.

Mileueffectrapportage

Bij de omgevingsvergunning voor een proefboring moet de minister beoordelen of een milieueffectrapport (MER) nodig is. Dat moet er voor zorgen dat het milieubelang volwaardig meeweegt in de voorbereiding en besluitvorming over activiteiten, die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Wanneer er een MER nodig is, moet dit samen met de aanvraag voor de omgevingsvergunning worden ingediend bij de minister. De operator zal dus eerst de minister op de hoogte moeten stellen van zijn voornemen om een omgevingsvergunning aan te vragen. Vervolgens zal hij beslissen of de operator een MER moet opstellen. Operators mogen ook vrijwillig een MER opstellen.

* De afkorting ‘m.e.r.’ verwijst naar de procedure, ‘MER’ verwijst naar het rapport zelf.

Barmm-melding

Als een operator een boorgat wil testen, onderhouden of buiten gebruik wil stellen moet hij vier weken voor de start van de werkzaamheden zijn voornemen melden bij de minister in het kader van het Besluit algemene regels milieu en mijnbouw (de 'Barmm-melding’). In de melding omschrijft en onderbouwt de operator hoe hij aan de milieuregels voor bodem, lucht, licht, geluid en externe veiligheid zal voldoen. SodM toetst vervolgens de melding na ontvangst eerst op papier en daarna door inspectie op locatie tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. De minister maakt de meldingen bekend in de Staatscourant en in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen. De minister stuurt ook een melding aan burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente.

geschiedenis