Gaswinnen

Inspraak

Een belanghebbende kan inspraak hebben in het besluit tot verlening (of afwijzing) van de opsporingsvergunning of de omgevingsvergunning. Daarnaast zijn er inspraakmomenten in de m.e.r.-procedure.

Inspraak opsporingsvergunning

De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na afloop van de termijn voor concurrerende aanvragen besluiten over de aanvraag van een opsporingsvergunning. De provincie kan bij het verlenen van de opsporingsvergunning optreden als adviseur van de minister.  De provincie betrekken de gemeenten en waterschappen van het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft in het advies. Provincies kunnen ook drinkwaterbedrijven en plaatselijke milieuverenigingen in hun advies betrekken. De minister toetst het advies van de provincie aan de weigeringsgronden die zijn opgesomd in de Mijnbouwwet.

De minister kan de beslistermijn eenmalig verlengen met ten hoogste zes maanden. Tegen de beslissing van de minister om een opsporingsvergunning (niet) toe te kennen staat bezwaar (bij de minister) en beroep (bij de Raad van State) open voor belanghebbenden. Een bezwaar of beroep heeft geen schorsende werking. Bij geen bezwaar is de vergunning onherroepelijk na zes weken.

Inspraak m.e.r.-procedure

Er bestaan twee m.e.r.-procedures; een uitgebreide en een beperkte. Bij een omgevingsvergunning voor opsporing is een beperkte m.e.r.-procedure van toepassing, tenzij de opsporing plaatsvindt in een natuurgebied. Afhankelijk van de procedure zijn er verschillende inspraakmogelijkheden.

De uitgebreide m.e.r.-procedure

Wanneer een operator een zogenoemde startnotitie voor een MER heeft ingediend bij de minister, wordt dit bekendgemaakt. Burgers en overheden kunnen vanaf dan bij de Commissie-m.e.r. hun punten inbrengen voor het opstellen van de richtlijnen voor het uiteindelijke MER. De Commissie stuurt deze inspraakreacties gebundeld aan de minister die de richtlijnen opstelt. Ook wettelijke adviseurs hebben in deze periode de gelegenheid om advies uit te brengen over de richtlijnen.

Zijn de richtlijnen vastgesteld, dan volgt de operator deze bij het opstellen van het MER. Hij dient het MER vervolgens in bij de minister, samen met de aanvraag voor een omgevingsvergunning.

De beperkte procedure

Bij de beperkte procedure zijn er minder inspraakmogelijkheden. De operator hoeft alleen schriftelijk aan de minister te melden dat hij  een aanvraag wil indienen die m.e.r.-plichtig is. Gaat het om meerdere m.e.r.-plichtige vergunningen, dan moet hij het voornemen schriftelijk melden aan de minister. De aanmeldingsnotitie moet wel aantonen dat geen passende beoordeling nodig is, anders is het niet duidelijk of de beperkte procedure gevolgd kan worden.

De minister kan aan de operator adviseren over de richtlijnen. Als de operator om dit advies vraagt, is de minister hiertoe verplicht. Zonder verzoek van de operator kan de hij er voor kiezen ambtshalve advies uit te brengen. De minister raadpleegt adviseurs, andere bestuursorganen en natuurlijk de operator alvorens advies uit te brengen.

Op basis van de richtlijnen stelt de operator het MER op. Dit dient hij samen met de aanvraag voor een omgevingsvergunning in bij de minister.

Inspraak omgevingsvergunning
Voor het voorbereiden van het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning geldt de zogenoemde uniforme voorbereidingsprocedure. Het concept-besluit wordt samen met de eventuele MER ter inzage gelegd en geïnteresseerden, zoals bestuursorganen en omwonenden, krijgen zes weken de tijd om hun zienswijze in te dienen ten aanzien van het concept-besluit en de eventuele MER.
 
De minister moet uiterlijk binnen zes maanden na de aanvraag een besluit nemen over de omgevingsvergunning. In het besluit tot het (niet) verlenen van de omgevingsvergunning staat op welke wijze rekening gehouden is met de ingebrachte zienswijzen en eventueel het MER. De vergunning treedt in werking één dag na toezending van het besluit. Belanghebbenden die het niet eens zijn met het besluit, kunnen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en eventueel een voorlopige voorziening vragen. Er is dus geen bezwaarfase. Een beroep heeft geen schorsende werking. Bij geen beroep is het besluit onherroepelijk na zes weken.

geschiedenis