Gaswinnen

Partijen

Afgezien van de partijen die opruimen is de minister van EZ, SodM en de betreffende gemeente betrokken. Op deze partijen wordt hieronder ingegaan.

 

Minister van Economische Zaken

Uiterlijk een jaar na het staken van de winning, dient de operator een sluitingsplan in bij de minister. De Minister moet met het sluitingsplan instemmen. De minister kan in verband met het risico op schade ook voorschriften verbinden aan zijn instemming.
De minister beslist binnen 13 weken over het sluitingsplan. Blijft een beslissing binnen deze periode uit, dan is het plan van rechtswege goedgekeurd.

Inspecteur-Generaal der Mijnen (SodM)

SodM adviseert de minister over het door de operator ingediende sluitingsplan. SodM zorgt daarnaast voor een goede afstemming tussen de sloopmelding of omgevingsvergunningen (op grond van de Wabo) en sluitingsplannen (op grond van de Mijnbouwwet).
Ook beoordeelt SodM de werkprogramma’s voor het buiten gebruik stellen van de aanwezige putten en boorgaten. Daarnaast voert SodM tijdens de sluitingswerkzaamheden SodM inspecties uit. Zodra een operator een mijnbouwwerk geheel of gedeeltelijk buiten gebruik heeft gesteld, meldt hij dit bij SodM.

College van Burgemeester en Wethouders (Gemeente)

In principe geldt op basis van het Bouwbesluit 2012 een meldingsplicht voor het slopen van bouwwerken. Deze melding moet minimaal vier weken voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden plaatsvinden. De sloopmelding kan digitaal gedaan worden via het omgevingsloket. Het is ook mogelijk dat de gemeente in haar bestemmingsplan heeft bepaald dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning bouwwerken te slopen. In dat geval zal de operator, voordat hij de winningslocatie kan sluiten, een omgevingsvergunning moeten aanvragen. De minister is voor een omgevingsvergunning ten aanzien van de sloop het bevoegd gezag. De gemeente en de provincie hebben hierbij een adviesrol.

geschiedenis