Gaswinnen

Minister van Economische Zaken (EZ)

Volgens de Mijnbouwwet (Mbw) zijn delfstoffen eigendom van de Staat.  De minister van Economische Zaken (hierna: minister) vertegenwoordigt de Staat voor alle met de eigendom van delfstoffen verband houdende handelingen. Anders gezegd: de minister is het bevoegd gezag. Partijen dienen bij de minister een opsporings-, winnings- of opslagvergunning aan te vragen. De minister kan de vergunning weigeren of een al afgegeven vergunning wijzigen of intrekken. Een vergunning weigeren kan de minister uitsluitend op basis van gronden die zijn vastgelegd in de Mijnbouwwet. 

De Minister is het bevoegd gezag wat betreft mijnbouwactiviteiten. Uit de Wabo volgt dat de minister van Economische Zaken daarnaast het bevoegd gezag is voor meldingen en/of overige omgevingsvergunningplichtige activiteiten (zoals kapmeldingen of bouwactiviteiten) . De minister is ook het bevoegd gezag voor Barmm-meldingen en voor de Mijnbouwmilieuvergunning. 

Soms zijn meerdere bestuursorganen aan te merken als bevoegd gezag. Meestal komen de verschillende bestuursorganen dan overeen dat de coördinatie van de omgevingsvergunning (en voor zover van toepassing de m.e.r.) bij één bevoegd gezag wordt neergelegd. Gelet op de Rijkscoördinatieregeling is dit vaak de minister. Als de minister daarbij wil afwijken van het bestemmingsplan, is een Vvgb van de gemeenteraad vereist (artikel 6.5 Bor).

Het toezicht van Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) valt onder de verantwoordelijkheid van de minister. Onder de ministeriële verantwoordelijkheid van de minister van Economische Zaken neemt EBN B.V. namens de Staat deel in de olie- en gaswinning in Nederland. Het ministerie van Economische Zaken is de enige aandeelhouder van de private onderneming EBN B.V.

geschiedenis

Hoofdpagina