Gaswinnen

Gemeente

Gemeenten kunnen, net als provincies, in verschillende hoedanigheden betrokken zijn bij gaswinning. Als grondeigenaar, bevoegd gezag, adviseur en belanghebbende. 

Grondeigenaar
Gemeenten die als grondeigenaar te maken krijgen met gaswinning, moeten de daarmee gepaard gaande werkzaamheden en bouwwerken op hun grondgebied gedogen. De vergunninghouder moet rekening houden met de wensen van de eigenaar ten aanzien van het  grondgebruik. De gemeente houdt zeggenschap over het bestemmingsplan. Daarnaast vraagt het ministerie van Economische Zaken de gemeente om advies te geven over bouwaanvragen. De minister stuurt een afschrift van een Barmm-melding aan burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente. 

Bevoegd gezag
Bij de omgevingsvergunning is de betreffende gemeente normaliter het bevoegd gezag, maar voor mijnbouwactiviteiten is dat anders geregeld. De minister is bevoegd gezag wanneer het gaat om een "inrichting die in hoofdzaak een mijnbouwwerk is" en "mijnbouwwerken niet zijnde inrichtingen".  Betreft het een inrichting, dan is de minister ook bevoegd gezag voor de activiteit bouwen. Voor andere activiteiten dan het oprichten en in werking hebben van een mijnbouwinrichting blijft de gemeente wel bevoegd gezag en beoordeelt de omgevingsvergunning, bijvoorbeeld voor het bouwen van gebouwen of het aanleggen van wegen. 

Adviseur
Gemeenten hebben geen rechtstreeks adviesrecht bij een winningsvergunning, maar de provincie vraagt de gemeente om advies  bij een aanvraag die betrekking heeft op het grondgebied van de gemeente.

Burgemeester en wethouders van de gemeente waar gaswinning zou moeten plaatsvinden krijgen bij een omgevingsvergunning voor de aanleg van een winningslocatie een algemeen adviesrecht.  In de meeste gemeenten zal bij mijnbouwactiviteiten een aanpassing van het bestemmingsplan nodig zijn of moet de minister een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan. In dat geval vraagt de minister aan de gemeente een ‘Verklaring van geen bedenkingen’ (Vvgb) om de omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan te kunnen verlenen. Een Vvgb is alleen niet nodig wanneer de minister in overeenstemming met de Minister van IenM beslist over de omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan bij een project van nationaal ruimtelijk belang of de rijkscöordinatieregeling van toepassing is.  Deze procedure wordt niet lichtvaardig toegepast. Het uitgangspunt is dat de minister in goed overleg met de betreffende gemeente(n) tot een besluit komt.

Belanghebbende
Als de gemeente een belang heeft bij een opsporings- of winningsvergunning of de inhoud ervan kan de gemeente aangemerkt worden als belanghebbende en bezwaar indienen tegen het al dan niet verlenen van de vergunning.

Als de gemeente belang heeft bij het besluit tot verlening (of afwijzing) van de omgevingsvergunning kan de gemeente beroep instellen tegen dit besluit, tenzij het om een project van nationaal belang gaat  of de rijkscöordinatieregeling en de Crisis- en Herstelwet van toepassing zijn.  Dan kan de gemeente geen beroep instellen. 

Een gemeente kan ook haar zienswijze indienen bij de Commissie-m.e.r. om de richtlijnen voor een MER op te stellen.

geschiedenis

Hoofdpagina